Ups & downs

Equinova’s Diva
Equinova’s Wendel

 

Nog 1 laatste wedstrijd stond er op de planning voor onze geplande zomerstop. Dit keer met beide paarden, Equinova’s Wendel en Diva op stap naar Dordrecht. Ik wist al wel toen ik inschreef dat dit niet ideaal zou zijn, aangezien zij nog al aan elkaar gehecht zijn.

Ze staan immers samen op de wei, staan tegenover elkaar in een veel te grote stal, lopen samen in de molen en zijn samen mijn lievelingetjes, oftewel zij krijgen veruit de meeste aandacht samen.

Maar goed, toch ervoor gekozen om ze beiden in te schrijven. Wendel in de Grand Prix, Diva in het ZZzwaar. Het bleek een hele warme dag te worden, lees 33′! Met Diva mocht ik op het warmste van de dag, om 15.00u en met Wendel om 18.30u. Dat kwam mooi uit, dan kon ik tussendoor heen en weer rijden, want met dat weer de paarden zo lang op de trailer laten staan vond ik geen goed idee.

Om een heel lang verhaal kort te maken, waren de tijden net iets veranderd waardoor ik het niet aandurfde om op en neer te rijden omdat ik bang was dat ik het niet zou halen. Ik had niemand anders die dag die de paarden om kon komen ruilen, dus op het laatste moment toch besloten ze beiden tegelijk mee te nemen. Ik had bedacht dat we daar wel wat aan de hand zouden gaan grazen.

Equinova’s Diva, hier hoogdrachtig

Als eerste was dus Diva aan de beurt. Diva doet haar naam graag eer aan en dient altijd wel iets gemotiveerd te worden. Ze laat zich wel motiveren, maar is niet degene die vooraan staat te trappelen om fijn hard aan het werk te gaan. Op de wei, maar ook op stal, vermaakt zij zich echter prima, zeker met wat te eten in de buurt!

Het was echt heel erg warm en dit is niet haar sterkste punt, dus ik koos er voor niet te lang los te rijden. Met uitladen van Diva breekt Wendel al direct de hele trailer af, alles gaat alle kanten op en een kabaal! Alles direct dicht en op de handrem en Diva met haar hoofd bij het deurtje opzadelen. Ik had voor de zekerheid al een longeerlijn meegenomen, want de vorige keer was dit geen overbodige luxe gebleken.

Sta je dan voor gek? Als je een paard dat 9 jaar oud is, met een stang en trens in loopt, welke je in de subtop start eerst longeert voor je opstapt? Ik vind van niet, maar ik ben benieuwd naar jouw mening! Laat deze achter onder dit bericht!

Deze keer gedroeg ze zich aan de lijn al veel beter dan de vorige keer, wat maakte dat ik er redelijk snel opklom (op klimmen ja, wat een flatgebouw). We hebben veel gestapt, maar in het stappen wel heel veel gedaan. Halt houden-wegstappen- vlug maken- opzij zetten- alle zijgangen- achterwaarts. Alles om haar vlug en goed aan de hulpen te zetten, zonder haar kostbare energie te verspillen. Een paar keer aandraven, een paar korte stukjes galop, wat arbeidspirouettes en klaar ervoor!

Diva had wel spanning, ze hinnikte wat naar haar vriend, drukte zich soms wat op en maakte er een potje van in de pirouettes. Verder vond ik het redelijke proeven zonder al te gekke dingen. Wat ik lastig aan haar vind in het rijden, is dat ze mega de ‘berg-op-gebouwd’ is, maar toch altijd nog steun zoekt in mijn hand en op het voorbeen. De algehele gedragenheid is dan ook zeker nog steeds voor verbetering vatbaar en daar werken we hard aan in de training. Eigenlijk was dit voor het krijgen van haar veulen wel anders.

Diva met Jahzara

Haar veulen Jahzara (alias Saartje) is vorige week 3 jaar geworden, dus je zou denken dat ze inmiddels wel weer op krachten zou moeten zijn, maar toch voelt het anders. Voor de dracht draaide ze op 5 jarige leeftijd al zo een werkpirouette, nu heeft ze hier nog steeds moeite mee. Chantal Rijkhoff checkt haar iedere maand en kan achter eigenlijk niets vinden waaruit op te maken valt dat ze zich niet zou kunnen dragen, dus dat is positief. En als ik naar mijzelf kijk, na 2 drachten 🙂 heb ik ook tijd nodig om weer net zo fit en krachtig te worden als hiervoor.

Ik bedoel maar aan te geven wat het met zo’n lijf doet of kan doen, wat je er voor moet doen en hoe veel tijd je er voor uit moet trekken om weer op niveau te komen. Dit heeft mij ook doen beslissen, mede als de pech die we hadden met Saartje in het begin, om Diva niet meer te laten dekken. Hiervoor is zij voor mij voor de sport te waardevol. Wel wil ik nog heel graag meer veulens van haar, want ze komt uit zo een mooie stam en is zelf ook Elite en Sport. Dus dat wordt spoelen en dus eerst nog even sparen, aangezien ik nergens afstand van kan doen en alles blijft bij mij…

Dreamboy x Valeron x Jazz x Rubinstein x Doruto

Na het afzadelen zaten we in de schaduw uit te puffen op het terras en werd ik gefeliciteerd met het behalen van mijn twee 2e plaatsen, nou ja zeg! Die had ik toch even niet zien aankomen:-) De scores waren ook niet echt precies spectaculair en kwamen wel overeen met mijn gevoel, maar blijkbaar was de rest ook niet op zijn best die dag. Wij waren er in ieder geval blij mee, de teller staat op 9!

Toen was het de beurt aan Wendel, hetzelfde geschiedde maar dan omgekeerd met opzadelen. Voor Wendel heb ik dan toch wel even nodig om los te rijden. Hij is nooit moe, heeft het nooit te warm en staat altijd te trappelen van ongeduld. Maar poeh, wat een heethoofd, alleen maar brullen naar Diva, die dan natuurlijk weer lekker terugbrult, waarop hij weer begint te gillen en ga zo maar door. Knetterheet en eigenlijk niet te rijden, maar ja.. Wat doe je dan? Ik besloot om er echt aan te rijden en wanneer ik dat deed kreeg ik hem redelijk onder controle, maar zodra ik de druk iets af liet vloeien of ging stappen was ik hem weer helemaal kwijt.

Eenmaal in de proef ging het in de eerste piaffe al helemaal mis, hij stierde achteruit, gooide de hekjes om en ik was even kwijt wat er op dat moment mee moest gebeuren. Ik mocht doorrijden, maar zo heet en zo strak wordt hij dan dat ik hem niet meer fijn over de rug kan houden. In de tweeers begon hij gelijk met eners en ik kreeg het domweg niet opgelost. Ik wilde afgroeten, maar had mijn handen even aan het stuur nodig zeg maar en ik werd uitgebeld. Potverdorie!!! (laten we het daar maar op houden…)

Lancet x Chronos x Amor

 

De jury was zo vriendelijk nog even te komen praten. Hij gaf aan het een geweldig kwaliteitsvol paard te vinden, maar dat ik niet moest proberen om spectaculair te rijden, maar meer over de rug. Ik probeer niet anders, er is niets spectaculairs van mij aan op zo’n moment, ik probeer hem alleen maar te laten ontspannen en onder me te houden. Het luistert zo nauw bij hem en ik ben dan gewoon nog niet handig genoeg.

 

Maar dat geeft niet, die tijd komt nog, onze tijd komt nog!

 

Voor nu train ik mijn paarden nog lekker door tot en met de trainingsweken en bouw ik ze verder af, tot ze even van wat rust mogen genieten om na de zomervakantie weer terug te komen, sterker – beter – meer gedragen – meer over de rug – meer ontspannen dan ooit.

Geef jouw paard (een week) vakantie deze zomer, de kanjers verdienen het!

Nicky

Van onhandelbaar tot Grand Prix

Met beleid ben ik hem gaan werken na zijn zoveelste blessure. Ik ben anders gaan trainen, niet anders gaan rijden, maar ik heb bewuste trainingsschema’s gemaakt. Omdat Wendel nog al een workaholic is en ik ook, en Wendel zijn grenzen niet aangeeft, deden we al snel te veel. Ik schreef daarin het aantal rondjes dat ik mocht draven, hoe zijn evenwicht moest zijn en een planning langer vooruit met wanneer ik weer een pas opzij mocht enzovoorts. De oefeningen waren niet het probleem, hij kende bijna alles al een beetje. Maar hem fit krijgen en houden, dat was de uitdaging!

Des te meer ik hem werkte, des te beter werd hij, hij fleurde weer helemaal op, zijn ogen sprankelden weer en hij werd steeds fitter. Ik werkte hem hooguit 5 dagen per week, waarvan maar een keer ‘zwaar’ en dit doe ik tot op de dag van vandaag nog steeds. De andere 4 dagen zijn lichte trainingen, hij staat nog steeds dagelijks buiten met zijn vriendin Diva en hij heeft weekend, wat inhoudt dat hij meestal zaterdag en zondag vrij is. De zware dag training is altijd ingebouwd met lichte dagen training en zo ziet zijn werkweek eruit.

Inmiddels ben ik van mening dat ik zelf debet ben geweest aan zijn blessures. Toen der tijd schreef ik het weg aan zijn lompe gedrag, slechte bodems of domme pech. Nu weet ik beter. Ik heb hem zelf te veel en te zwaar belast en ik denk dat dit niet enkel voor mij en mijn paard geldt, maar dat blessures vaak voorkomen uit langdurige overbelasting. En ja, zo’n glijer in de wei lijkt dan de boosdoener, maar er was al een zwakke plek gecreëerd. Een paard verdient rust, net als dat wij rust nodig hebben om te herstellen, fysiek en mentaal. Training is belangrijk, maar hersteltijd  misschien nog wel belangrijker.

We bouwden op, tot we weer terug waren op ons oude niveau en eigenlijk nog wel een stapje verder. We schreven weer concours in en wat gebeurde…

Niet Wendel raakte geblesseerd, maar ik zwanger! Hartstikke blij, maar de balen, want ik kreeg dit keer te maken met bekkeninstabiliteit wat maakte dat ik al snel niet meer kon rijden. Nu een topfitte Wendel en ik uit de roulatie… Ik vond het zo zonde hem stil te zetten dat ik op zoek ben gegaan naar een geschikte ruiter. Door zijn verleden en speciale karakter wilde ik hem aan huis houden zodat ik hem goed in de gaten kon blijven houden. Gelukkig was er al snel een goede match gevonden en zo reed Wendel weer mee in het Z2, Zzlicht en Zzzwaar. Hij bleef in conditie en topfit zodat ik na mijn zwangerschap en de geboorte van Jesse weer heerlijk verder kon.

We trainden fijn, piaffe ging al best goed en ook de passage begon ergens op te lijken, maar die eners! Gek werd ik ervan!!! Ik dacht dat we het nooit onder de knie zouden krijgen, maar ook hier was Tonnie weer degene die me het vertrouwen gaf: “Gewoon rustig blijven, 1-2-recht, 1-2-recht, het komt vanzelf.” Jaja, vanzelf, dacht ik dan…

Ik besloot niet meer in de Lichte Tour de ring in te gaan, mijn idee was dat ik dan voor altijd daar zou blijven hangen. Nu was het erop of eronder, alles of niets. In alle rust doortrainen en rust inbouwen.

Inmiddels was Chantal Rijkhoff bij mij op stal komen staan. Chantal is dierenarts, chiropractor, acupuncturist, medical taping en nog veel meer. Wij zijn een samenwerking aangegaan wat inhoudt dat zijn iedere maand mijn paarden checkt en indien nodig iets behandelt. Dit maakt dat ieder klein dingetje direct wordt opgemerkt en aangepakt. Zij communiceert meteen haar bevindingen zodat ik hier rekening mee kan houden in de training. Chantal is zowel westers opgeleid als alternatief en dit maakt voor mij de perfecte combinatie. Wanneer je de dingen van meerdere kanten kunt bekijken zijn er meer oplossingen mogelijk. Wij zitten hierin helemaal op een lijn en dit werkt dus super!

Ik heb een modus gevonden waarin Wendel weer topfit is en al voor een lange tijd. Ik heb het vertrouwen dat hij in balans is, geen zwakke plekken meer kent en zijn trainingsschema goed voor ons werkt.

Een aantal weken geleden hebben wij de overstap gemaakt naar de Inter II. We moesten onze draai even vinden, want wat vond ik dat spannend! Daarnaast is Wendel de eerste keren na een periode van rust altijd erg lastig, hij heeft echt routine nodig. Als jong meisje droomde ik er al van om ooit Grand Prix te rijden en nu in eens was het zo dichtbij!

In Nieuw en Sint Joostland reden we onze winstpunt en haalden daarmee ons startbewijs voor de Grand Prix binnen. Een week later startten we in Dordrecht onze allereerste GPproef. We reden behoorlijk wat foutjes, eigenlijk alle dubbeltellers, onderweg was ik de weg even kwijt, dus ik geloof dat ik toch behoorlijk zenuwachtig was. Vol verwachting ging ik bij de punten kijken: 59,85% 15/100 te weinig, dat was zuur!

De tweede keer startten we in Rucphen, ik was er helemaal klaar voor en erop gebrand dit keer boven die 60% uit te komen. Voorwaarts verzamelde draf, linkerhand, vhv uitgestrekte draf, appuyeren, terug appuyeren, C halthouden. En wat gebeurt er direct achter C? Achter de heg startten ze exact op dat moment een hakselaar of grasmaaier (daar zijn de meningen nog over verdeeld) en dat deed ons de das om. Niets had ik meer te vertellen en mijn controle was weer ver te zoeken. Wat had ik er de pest over in! Niet zo zeer het lawaai, die pech kan iedereen hebben, maar het feit dat ik na al die jaren nog steeds geen controle kon behouden. Ik kwam er wel weer langs en ik kon alle figuren rijden, maar 2ers werden eners, er is niet een pas van mij geweest en ik had mazzel dat ik mocht mee liften van mijnheer.

Op vrijdag belde Tonnie: “Heb je al gereden?” “Uh ja, waarom?” “Nou, ik ben in de buurt, dan kom ik.” “Dan rij ik nog een keer!” (Ik had alleen maar rustig rondje gereden die dag, nieuwe laarzen au-au-au) Wat was ik daar blij mee! Het was me gewoon niet meer gelukt naar Tonnie te gaan om te trainen, dus ik was weer alles alleen aan het doen en dat lukt eigenlijk gewoon niet meer op dit niveau. Tenminste ik niet, voor mij is het tenslotte ook allemaal nieuw. Ik had bijvoorbeeld nog nooit een zigzagappuyement met een exact aantal sprongen gereden onder begeleiding en dan word ik toch een beetje onzeker. Op concours rijdt iedereen met een oortje, de beste trainers staan langs de kant en ik rijd alleen mijn rondje. Dus ik was heel blij met deze schop onder mijn kont, want die kreeg ik!

Niet voor niets! Op 2e pinksterdag, mochten we weer, in Heerjansdam dit keer. Geen heggen met hakselaars dit keer, maar treinen en laten we daar nu juist helemaal aan gewend zijn!  (bij ons thuis rijdt de trein ook direct langs de buitenbaan) Dus voor ons geen gekke taferelen dit keer, met losrijden voelde Wendel al direct beter aan, ik kon hem er veel beter aan krijgen, beter over de rug en relaxter. Ook had ik mijn mindset kunnen veranderen naar ‘boven de 60% uitkomen en niet afgaan’ naar ‘onderdeel voor onderdeel foutloos rijden’.

Ik ging met veel meer vertrouwen de ring in en merkte dat we al wat routine in de proef begonnen te krijgen. We hadden nog steeds wat kleine foutjes zoals: stapte een keer achterwaarts in de piaffe, de volgende dus te voorwaarts en ik maakte een fout bij de inzet van de 1ers. Maar overal heel erg tevreden, want dit keer had ik de proef wel gereden, in plaats van andersom. Ik kon blijven nadenken onderweg en zelfs genieten!

De jury’s waren unaniem, ze gaven exact hetzelfde aantal punten voor deze proef, wat uit kwam op 62,2% Nog geen monsterscore, maar ik ben er apetrots op!!!!

Van onhandelbaar tot Grand Prix paard!!! 

Mijn doel behaald, trots:-)

Vorig weekend nog een keer naar Delft, het mooi aangeklede zomerconcours. Op wat wapperende tenten na kon ik best fijn losrijden. Nog even een ronde ring verkennen en toen voor het echt de ring in. Wendel vond het wel wat spannend, maar ik kon hem nu voldoende geconcentreerd houden. Mijn doel was wederom een ‘foutloze proef’ neer te zetten, het spectaculaire komt wel in een later stadium. Toch bouwde de spanning op wat maakte dat hij in de piaffe achter mijn been kwam en ik hem even helemaal kwijt was, maar daarna wisten we de draad weer op te pakken en reden we zonder grote fouten de proef uit. Weer net niet geslaagd in het behalen van mijn doelen, maar we zitten op de goede weg! En nu de druk eraf was van het behalen van die 60% kon ik toch net even wat lekkerder rijden:-) Het eindresultaat 62,8% met een 1 voor de piaffe die dubbel telt en een 2 voor de overgang eruit. Kortom nog veel meer mogelijkheden!

Bekijk hier het filmpje van deze wedstrijd met de hele proef aan het einde, wat vind jij er van?

En voor diegene die bang zijn dat ik nu in een diep donker zwart gat zal vallen. Niet gevreesd… Ik heb altijd geloofd dat Wendel GP kon lopen, maar ik dacht altijd dat aIs we het heel erg goed zouden doen, we dan misschien 64% zouden kunnen scoren. Inmiddels heb ik voor alle onderdelen over een aantal proeven verdeeld al eens een 7 of 7,5 gescoord. Wat inhoudt dat als ik ooit alles bij elkaar in 1 proef zou rijden…

Mijn nieuwe doel is dan ook gesteld, maar eerst (na nog een geplande wedstrijd) mag mijn vriend genieten van een welverdiende vakantie deze zomer! Omdat rust en herstel zo verschrikkelijk belangrijk zijn…

Hoogte en dieptepunten…

Ik trainde verder met Wendel, we werkten aan de wissels, gek werd ik er  van. Regelmatig sprong hij ze achter na en ik voelde het maar niet. Laurens zei dan: “Dat komt wel, straks in eens voel je dat.” En dat herinner ik me nog zo goed, ik had les en zei: “Nu kan ik het! In eens voelde ik het en nu weet ik het!”

Dat is iets dat ik altijd al wilde en deed, het zelf leren doen. Niet een ander erop zetten zodat die de nieuwe oefeningen erop kon zetten, maar zelf net zo lang tobben tot het lukte. Dan had ik het daarna in mijn vingers en kreeg ik het bij de andere paarden ook voor elkaar.

We reden kampioenschappen in Zeeland, waar ik mijn handen nog steeds meer dan vol had aan hem. Hij had zo veel temperament en trok zich alles aan. Wanneer iemand langs reed en zijn paard een tik gaf, ging ik weer aan de haal, met de nodige boze blikken tot gevolg. Maar…. uiteindelijk reden we best een goede proef en een wat mindere kur (ik denk dat ik 30sec eerder klaar was dan de muziek) en werden we reservekampioen in het Z2.

Hierna raakte ik zwanger, ik reed Wendel nog steeds door, maar toen ik met mijn dikke buik van een maand of 6, op het zadel klapte omdat mijnheer weer eens niet normaal kon doen, ben ik gestopt. Tenminste met Wendel dan, mijn 2 bravere paarden reed ik nog wel. Luca werd geboren en nog geen 4 weken later reed ik weer lekker, heerlijk, wat had ik dat gemist!

We maakten de overstap naar het Zzlicht. Nog steeds waren de resultaten wisselvallig, protocollen met 9ens en 1en, regelmatig zelfs een 1 -2! We verhuisden naar Groot-Ammers, wat maakte dat ik op pad moest om te gaan lessen. Hiervoor had ik de luxe dat Laurens bij mij op stal stond met een aantal paarden en zodoende ik dus thuis onder begeleiding kon trainen, wat natuurlijk helemaal super was!

Aan de andere kant was ik heel veel aan het werk: les geven, trainingspaarden die voor gingen, administratie, stalwerk etc. maakte dat onze sportcarierre niet precies boven aan de prioriteitenlijst stond en ik hierdoor vaak pas ’s avonds laat mijn eigen paarden reed. De verhuizing, wat minder fysieke uren werk tot gevolg had, maakte het wel mogelijk het rijden wat serieuzer aan te pakken.

 

Daarnaast gaf het mij de mogelijkheid eens serieus na te denken over welke instructeur hier bij paste. Zowel Orun 3 als 4 heb ik les gehad van Ton de Kok en Tonnie Huberts. Met Tonnie kon ik altijd al lezen en schrijven en nu zat ik dichter bij hem in de buurt. Zodoende besloot ik om bij Tonnie te gaan trainen.

Equinova’s Wendel (Lancet x Chronos x Amor)

Al 1 van de eerste keren dat ik bij Tonnie was zei  hij: “Deze zomer rij jij Lichte Tour.” Nadat ik hem gevraag had of hij zich wel goed voelde, sloten we een weddenschap af. Als ik het zou halen kreeg Tonnie van mij een doos wijn.

Wendel is van zichzelf al heel druk, ijverig en heet. Tonnie zei altijd dat ik rustig moest doen, rustig moest blijven en hem nooit mocht straffen. Als hij een fout maakte, gewoon opnieuw rijden, maar nooit corrigeren. “Doe maar rustig, hij doet zijn best.” Dit werkte heel erg goed en we schoten vooruit!

Tonnie kreeg gelijk en verdiende dan ook dubbel en dwars een doos goede wijn, zo verlies ik graag een weddenschap 🙂

Thuis trainde ik heel hard, ik moest en zou het allemaal voor elkaar krijgen. Oefeningen waren niet zo zeer het punt, maar de aanleuning en het meer gedragen krijgen over de rug des te meer. En toen, in het voorjaar, in het begin van het weide seizoen, gooide ik Wendel op de wei. -Iets wat bij mij standaard is, want mijn sportieve aspiraties mogen nooit ten koste gaan van het welzijn van mijn paarden.- Hij trok een sprintje naar achteren, maakte een sliding stop en bezeerde hiermee zijn tussenpees op het achterbeen.

Tja, dat was zuur, heel zuur. We gingen zo lekker… We hebben keurig volgens de richtlijnen gestapt, gekoeld, gestapt, gekoeld en weer heel rustig opgebouwd. We waren weer back on track en deden mee aan de MacRiderCup, waar we na alle voorrondes in de finale belanden. We mochten daarvoor bij een van de coaches lessen volgen en ik was helemaal blij met coach Alex van Silfhout. De finale bestond uit een kur rijden en ik liet een prachtige uur maken die ons zo mooi paste.

Maar helaas, nog voor de eerste training bij Alex stond Wendel op 3 benen. Het leek een hoefzweer, zo liep hij. Mijn smid op vakantie, een ander erbij, uitgesneden niets te vinden. Naar de kliniek, daar nog verder uitgesneden, niets noemenswaardigs. Zo ver uitgesneden, speciaal ijzer eronder om de boel bij elkaar te houden. Maar mijn Wendel liep nog steeds niet goed.. Tenminste, niemand zag het meer, maar ik voelde het wel.

Inmiddels de training bij Alex gereden met mijn Diva, die ook de halve finales van de MacRiderCup had behaald.

Ik had de finales kunnen rijden, niemand had er iets aan gezien, want rijdend kon ik hem in balans houden, maar ik durfde het niet. Wendels welzijn stond boven mijn verlangen te presteren.

Toch naar een andere kliniek, monsteren/ longeren: niets te zien. Ik zei dat ik het zeker wist en ze zei dat ik even door moest longeren en dat ze straks terug zou komen. En ja hoor, na een half uur longeren, na de overgang van galop naar draf viel hij heel even door de mand. De tussenpees specifiek uitverdoofd en gescand en daar kwam de diagnose: weer tussenpees. Potverdorie! Geen kur voor ons en dus geen finale 🙁

En? Zouden we überhaupt weer op dat niveau kunnen rijden? Aangezien alles steeds meer op achter moest en dit nu al de tweede keer was. Ik zag het even niet gebeuren.

Ik besloot Wendel uit de wedstrijdsport te halen, zijn welzijn voorop te stellen, het heel erg rustig aan te doen en wel te zien waar het schip zou stranden.

Weer bouwden we rustig op, maar nu nog rustiger dan de keer ervoor, overal het zekere voor het onzekere. Maar hoe doe je dat met een houttype die alleen maar hard wil en gek doen? Iedereen verklaarde me voor gek dat ik hem in de wei liet. “Dat risico zou ik nooit nemen!” werd er onder andere gezegd. Maar daar trek ik de grens, als een paard niet meer paard zou mogen zijn, dan maar de rest van zijn leven geen sport meer, maar wel wei, met zijn maatjes.

Daarnaast speelde er ook een ander aspect mee, dat als ik dat niet deed, ik een compleet onhandelbaar en gevaarlijk paard over hield. Een gevaar voor mij, voor zijn omgeving en zichzelf.  Dus ook vanuit dat oogpunt is het kiezen uit een aantal kwaden.

Na een hele lange periode van opbouwen kregen we groen licht. Weer een verhuizing verder, gingen we toch weer voor het eerst op concours. Wendel liep direct weer bijna 68% in de Lichte Tour, geslaagde comeback zou je zeggen, maar ik twijfelde weer. Op een gegeven moment weet je het gewoon niet meer en ga je aan jezelf twijfelen. Voel ik nou iets of word ik paranoia?

Dag na het concours liet ik hem aan de longe over een caveletti huppelen en wat bleek rechtsom wilde hij niet op rechtsachter landen. Zie je nou wel, ik was niet gek! Mijnheer liep bijna 68% terwijl hij niet 100% was, wat een harde! En dat is zo met houttypes, ze hebben een hoge pijngrens en tonen niet snel dat ze iets hebben.

Dit keer op aanraden naar een een kliniek in Belgie, na onderzoek bleek dat hij een zwaar ontstoken knie had rechtsachter. Gelukkig adviseerde de dierenarts om Wendel op algehele ontstekingsremmers te zetten, dit omdat ik niet meer zo zit te wachten op het inspuiten van gewrichten na de ervaringen met mijn andere paard Tzigane.

Weer een traject van stappen, rust en revalidatie…

Van de blessure herstelde hij, maar Wendel was Wendel niet meer. Hij was leeg en lusteloos en leek er geen zin meer in te hebben, uiteindelijk ging hij steeds slechter lopen en zag ik niet eens meer aan welk been hij niet goed zou zijn. Ik besloot met hem naar Eric Laarakker te gaan omdat hij goed is in deze speciale gevallen. Eric gaf aan dat er “Lime” roet in het eten gooide en dat Wendel het opgegeven leek te hebben na al dat opbouwen en weer stil komen te staan. Ook al liep hij niet lekker, ik mocht van hem weer voorzichtig aan het werk en dat hebben we gedaan. Want dit paard stil zetten of ‘genieten’ van een oude dag, zou zijn dood worden, hij had het al opgegeven.

(wordt vervolgd…)

Mijn ideale man…

In 2008 startte ik mijn bedrijf Equinova in Oude-tonge. Vanaf dat moment waren de paarden niet meer alleen hobbymatig, maar dienden zij ook om te kunnen presteren op wedstrijden en zo als visitekaartje te dienen. In die tijd trainde ik met mijn eigen paarden, toen Equinova’s Kafka en Tzigane bij Laurens van Lieren. Zonder de paarden te kort te willen doen, grapte ik altijd dat dat mijn huis-tuin&keuken paarden waren en er moest een ‘echte’ dressuurtopper bij komen.

Zodoende ging ik een aantal keren met Laurens op stap om paarden uit te proberen bij de Equine Elite veiling. Ik had daar een Ravelnakomeling geprobeerd die ik helemaal fantastisch vond en waar ik mijn zinnen op had gezet, maar helaas was ik natuurlijk niet de enige! Ook was er nog een nummer 2 en 3 op mijn lijstje, maar…

Op de avond van de veiling zaten wij met vrienden aan tafel, allemaal ’rasechte’ fokkers:-) Mensen met verstand van paarden, bloedlijnen, exterieur en bewegen. Want mijn kennis reikte op dat moment nog niet zo heel erg ver. Mijn favoriete paard ging skyhigh en was voor ons niet meer te betalen, de nummers 2 & 3 werden afgeraden aan tafel. Dat was balen!

En toen, in eens -het ging allemaal zo snel- kwam er een 5-jarige Lancet nakomeling de baan in, bloedmooi! En voor ik het wist kreeg ik een foto in mijn handen en werd ik gefeliciteerd met mijn nieuwe paard: Wendel. Een 5 jarige ruin van Lancet x Chronos x Amor. En ik had het hele paard nog nooit gezien!!!

Aan het einde van de veiling mag je de stallen in om bij de paarden te kijken. Ik had Wendel gevonden, liep zijn stal binnen en hij beet me gelijk in mijn d#ond@r! Ik bekeek het paard eens goed en kwam tot de conclusie dat dit niet het juiste paard kon zijn aangezien het paard op de foto 3 witte benen had en het paard in stal slechts 2, daar bleek iets mis gegaan te zijn, maar er werd mij verzekerd dat dit toch echt het juiste paard betrof.

Tja, dat was gek! Toch een nieuw paard. Nog nooit gereden. Bloedmooi. Niet erg blij om mij te zien, aangezien hij direct beet. Heel enthousiast en nieuwsgierig!

Een aantal dagen later hebben wij hem opgehaald, hij heeft toen lekker even de tijd gekregen om te acclimatiseren in zijn nieuwe stal. Ook is het hard werken voor die paarden voor zo een veiling, dus wilde ik hem de tijd gunnen om even bij te komen.

Maar toen wilde ik toch echt met hem aan de slag, ik had tenslotte niet voor niets zo’n plaatje op stal! Dus de stoute schoenen aangetrokken en erop gestapt. Waarschijnlijk had Wendel hetzelfde bedacht en ook zijn stoute schoenen aangetrokken want ik kwam niet vooruit, tenminste, niet of heel erg hard en wanneer ik de teugels wilde opnemen kwam hij loodrecht overeind. Ze zeggen wel eens dat als je het ‘gas erop houdt’ een paard niet zo gek kan doen, nou Wendel wel hoor! Hij kon hard en tegelijkertijd aan alle kanten omhoog en opzij, spinnen zo snel en steigeren zo hoog!

Dat vereiste een andere aanpak. Ik ben toen aan een lang teugeltje gaan rijden, om eerst zijn vertrouwen te winnen. Dit viel ook niet helemaal mee, want hij ging om alles aan de haal en dan zit je ook niet fijn zonder verbinding. Pas na verloop van tijd kreeg ik steeds wat meer vertrouwen en kon ik de teugels langzaamaan steeds meer in verbinding houden. Maar er hoefde maar een speld te vallen en mijnheer was vertrokken!

In die tijd deed ik ook de opleidingen tot Freestyle-instructeur in Deurne. Hierin werkte we veel vanaf de grond; loswerken, grondwerk en dubbele lange lijnen. Hier heb ik dan ook heel veel met Wendel mee getraind om meer respect te krijgen en meer vertrouwen. Met het werken aan de dubbele lange lijnen heb ik kunnen trainen dat wanneer Wendel steigerde ik hem voorwaarts kon krijgen, zonder dat ik bang hoefde te zijn dat ik mezelf zeer zou doen.

Laurens hielp me goed bij het rijden, maar het was een lange weg. Ik startte uiteindelijk thuis een aantal keren L, maar dat was erg wisselvallig, onze protocollen bestonden altijd uit 8en en 2en omdat hij weer helemaal de weg kwijt raakte. Ik ‘durfde’ nooit op vreemd terrein te starten omdat ik hem thuis al niet in bedwang kon houden, laat staan elders met allemaal vreemde en nieuwe dingen! Echter bleek dit later helemaal niet het geval te zijn, want de eerste keer op vreemd terrein was hij eigenlijk hartstikke braaf voor zijn doen. Het leek wel alsof hij het daar spannend vond en hij zich aan mij overgaf, zo van ‘zeg jij het nu maar’. Dat beviel dus goed en zodoende draaiden we de rollen om en startten we buitenaf. We maakten al snel de overgang naar het Z, zodat ik hem wat meer bezig kon houden. Vaak behaalden we in de ene proef net geen verlies en in de andere proef 3 winstpunten.

Langzamerhand ging het allemaal wel steeds beter, maar wat heb ik er vaak met knikkende knieën naast gestaan dat ik er eigenlijk niet meer op durfde. Hij gaf echt het gevoel dat je niets, maar dan ook echt niets, meer te zeggen had. Bloed, zweet en tranen heeft het me gekost. Ik kan me nog goed herinneren dat ik eens thuis startte in het Z en dat Wendel me alle hoeken van de baan liet zien. De tranen rolde over mijn wangen toen ik de baan uit kwam. Ik wilde niet meer, was er klaar mee, hier was niets leuks meer aan op deze manier. Ik deed er alles voor, maar ik kreeg het niet terug betaald. Ik ging naar de binnenbaan en wilde het bijltje er bij neer gooien.

Maar toen kwam in eens het besef dat van al die keren dat Wendel zo achterlijk had gedaan, van alle keren dat ik er bijna naast lag, van al die keren dat ik bang was geweest, Wendel mij er nog nooit had afgegooid. Nog nooit! Talloze keren heb ik om zijn nek gehangen, voor het zadel gelegen, achter het zadel gezeten en ernaast gehangen. Al die keren is hij gestopt. Hij heeft gewacht tot ik weer zat, mijn beugels weer in had en adem kon halen. En dan ging hij vrolijk weer.. Dat wel, maar nooit maakte hij het klusje af en dit was zo makkelijk geweest voor hem. Toen kwam het besef dat het hem daar niet om te doen was, hij was achteraf gezien eigenlijk best zuinig op me. Dat besef, en de woorden van mijn trainer die nog steeds vaak door mijn hoofd gaan: “Wanneer de wanhoop het grootst is, is de oplossing nabij.” maakte dat ik m’n teugels opnam en terug ging de 2e ring in. Het was absoluut geen fraaie proef, maar bij mij was de knop om en dus bij Wendel ook.

Vanaf dat moment was echt bij lange na niet alles koek en ei, maar we vonden onze weg samen, we werden maatjes langzaam maar zeker. Ik kwam tot het besef dat Wendel een uitgesproken houttype is en toen der tijd ook nog in zijn houtfase zat. Een houttype gaat met alles de strijd aan, inclusief zichzelf. Niets is hoog en snel genoeg voor hem en dan moet je een ’suf’ dressuurproefje lopen als stoer houttypje. Ik probeerde er voor te zorgen dat hij zijn energie kwijt kon door bijvoorbeeld met hem te springen en te crossen over het strand en door het bos. Maar ook in de dressuur zijn focus te vragen in meer moeilijke oefeningen zoals werkpirouettes. Alles bij elkaar was voor mij denk ik het meest belangrijke dat hij het niet tegen mij deed. Het zat gewoon in hem en het moest eruit, het was niet persoonlijk.

Daarnaast heeft het mij een vele malen betere ruiter en paardenvrouw gemaakt. Ook heeft hij mij vele inzichten over mijzelf gegeven, zoals dat ik altijd wel op de houttypes val, niet alleen bij paarden…

Wordt vervolgd…